Je ziet het er niet aan af, maar de Nissan X-Trail is van kruin tot teen vernieuwd. Wij joegen hem de Griekse bossen in.

Je ziet het er niet aan af, maar de Nissan X-Trail is van kruin tot teen vernieuwd. Wij joegen hem de Griekse bossen in.
 
De Nissan X-Trail is in zijn soort een apart geval. Waar de meeste compacte SUV’s vooral gelikt en vinex-proof willen zijn, onderscheidt de Nissan zich door heel acceptabele terreinprestaties. Natuurlijk moet hij het afleggen tegen echte beulen, maar een X-Trail komt toch een stuk verder van de bewoonde wereld dan een gemiddelde Gooise kakbak. Iets wat de Nissan met zijn bonkige, on-ijdele uiterlijk ook uitstraalt en dat is bij de tweede generatie niet anders. Sterker, wanneer we er voor de eerste keer voor staan, vragen we ons meteen af wat er eigenlijk wél anders is aan de nieuwe X-Trail. Schijn bedriegt, want hoewel oud en nieuw als twee druppels op elkaar lijken, is niet één stuk plaatwerk uitwisselbaar. De X-Trail is in alle dimensies gegroeid, waarbij de achterkant vooraan in de rij stond. Het meest opvallende is de enorme D-stijl met de knik halverwege. Let allereerst daar op en u zult zich nooit vergissen.

Omdat Nissan zelf erg overtuigd is van de terreinwaardigheid van de X-Trail, worden we naar het noordwesten van Griekenland gevlogen, in het onherbergzame gebied aan de Albanese grens, waar de wegen zo slecht zijn dat je er soms beter naast kunt rijden. Ruim drie uur nadat we een zomers warm en zonovergoten Nederland achter ons hebben gelaten, staan we tegenover onze kletsnatte testauto’s, in de stromende regen, omgeven door in nevel gehulde, dreigende bergen. Welkom in Griekenland. Vertrouwend op het verbeterde ‘All Mode 4x4-i’ systeem zetten we de eerste bochten met vrij veel snelheid in, om te schrikken. De ruim 1.700 kilo’s glijden met veel geweld over de voorwielen weg. De systemen zouden onderstuur moeten elimineren, maar zijn vandaag blijkbaar even met verlof. Aan de andere kant: het is ook echt hondenweer en de wegen hier laten ook weinig twijfel over de mate van ontwikkeling van deze uithoek van Europa. Misschien hadden we gewoon wat té veel vertrouwen in ‘All Mode 4x4-i’, want de dag erna, als de weergoden ons een stuk beter gezind zijn, blijkt de X-Trail hetg bochtenwerk best keurig de baas. Zelfs wanneer we in zo’n haarspeldbocht bijna struikelen over een verzakt stuk wegdek. Nee, de ideale snelwegcruiser is de X-Trail nog steeds niet, maar, zoals eerder gezegd, daar hebben ze een Quashquai voor op de wereld gezet.
 
Een groot deel van onze tweedaagse rit gaat dan ook over onverharde wegen en daar zorgt de X-Trail wederom voor een aangename verrassing. Een tussenbak ontbreekt en een sper op de achteras zoek je ook tevergeefs. Maar met een bodemspeling van twintig centimeter, een maximale doorwaaddiepte van 35 centimeter, en een aanloop-, afloop- en dwarshellingshoek van respectievelijk 29, 23 en 20 graden kun je er toch aardige kunstjes mee uithalen voordat je vastzit en met het schaamrood op de kaken assistentie van een lier moet oproepen.
 
Zie ook de videoclip die wij van de X-Trail maakten. Voor de volledige rij-impressie zie AutoWeek 24, die op 13 juni verschijnt.