KABUL - Mensenrechtenorganisatie Amnesty International mag van de Noordelijke Alliantie een onderzoek beginnen naar de dood van enkele honderden gevangen strijders van de Taliban en al-Qaeda die in opstand kwamen in een fort nabij de Afghaanse stad Mazar-i-Sharif.

"Wij hebben daar geen probleem mee. Hen (Amnesty International) zal niets in de weg worden gelegd om een onderzoek te doen", zei de woordvoerder van de Noordelijke Alliantie, Mohammed Habeel donderdag.

De Alliantie heeft gezegd dat vermoedelijk alle zeshonderd gevangenen, onder wie veel Pakistanen, Arabieren en Tsjetsjenen, bij het neerslaan van de opstand in het historische fort zijn omgekomen. Ook ongeveer veertig manschappen van de Alliantie verloren het leven evenals een agent van de Amerikaanse geheime dienst CIA.

Volgens Habeel was de Alliantie gedwongen de opstandelingen te doden nadat zij een wapendepot hadden veroverd en de troepen van de Alliantie aanvielen. "Wij hadden niet de bedoeling om ze te mishandelen. Ze zijn gedood door hun eigen koppigheid", aldus Habeel.

De opstand begon zondag en werd met behulp van onder meer Amerikaanse bombardementen onderdrukt. Woensdag werden de laatste verzetshaarden door troepen van de Alliantie uitgeschakeld.

Amnesty International heeft de direct betrokkenen, de Noordelijke Alliantie, de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, gevraagd een onderzoek in te stellen naar de dood van de opstandelingen.

Amnesty overweegt een waarnemer te sturen. Het moet tot aanbevelingen leiden waardoor dergelijke situaties in de toekomst kunnen worden voorkomen, meldt de mensenrechtenorganisatie.

/NIEUWSAmnesty eist onderzoek gevangenisopstand (video)