DEN HAAG - De dood van Pim Fortuyn heeft een aanzienlijke invloed gehad op het stemgedrag, zo blijkt uit onderzoek van het bureau Interview-NSS. Twaalf procent van de kiezers zegt op een andere partij te hebben gestemd dan dat ze voor de aanslag op de LPF-lijsttrekker van plan waren. Die twaalf procent is omgerekend goed voor achttien van de 150 Kamerzetels.

Interview-NSS ondervroeg in opdracht van de NOS en het ANP 5000 Nederlanders. Zij werden woensdag tussen 16.30 en 21.00 uur benaderd.

De achttien zetels zijn voor een belangrijk deel terechtgekomen bij het CDA en LPF. PvdA en GroenLinks moesten juist extra verlies slikken.

Volgens Interview-NSS zijn deze bewegingen een gebruikelijk beeld in aanloop naar de verkiezingsdag. Trends die zo'n twee weken voor de verkiezingen worden ingezet krijgen in de dagen voor de stembusgang een extra impuls.

Trend

Zo stond het CDA bij Interview-NSS voor de moord op Fortuyn op met 32 zetels al op winst. De peiling van maandag zorgde al voor nog meer winst op 35 zetels. De laatste prognoses op woensdagavond brachten de christen-democraten op 43 zetels.

Bij de LPF eenzelfde beeld. Voor de dood van haar lijstrekker stond de Lijst Pim Fortuyn op 19 zetels. Maandag 13 mei, een week na de dood van Fortuyn, was LPF al geklommen tot 24 zetels, om woensdagavond verder door te stomen naar 26 zetels.

Bij de PvdA is de versterking van de ingezette trend het best te zien. Voor de dood van Fortuyn stonden de sociaal-demcoraten op 32 zetels, een verlies van 13 zetels.

Maandag werden de countouren van een afrekening door de kiezers al duidelijk; de PvdA zakte weg naar zetels. Woensdagavond leverde de laatste prognose een nog beroerder beeld op: 23 zetels.