SALT LAKE CITY - Een olympische droom? Nee, die had Gretha Smit niet. Marathonschaatsen is immers niet olympisch. "Dan kun je wel dromen, maar dat heeft weinig zin." Simpel. Zoals Smit het graag heeft. Benader de Olympische Spelen maar alsof het net zo belangrijk is als de marathon van Assen. Dan kom je het verst, zo blijkt.

Bijna een maand geleden arriveerden de gezusters Gretha en Jenita Smit in Calgary. Voor het trainingskamp. Ze werd ziek, de oersterke vrouw uit Rouveen. In Canada bleef ze dagen op haar kamer, zich wederom verbazend. Gretha Smit kon zich niet heugen dat ze ooit ergens last van had. Het zal wel bij het langebaanschaatsen horen. Dat was immers een rare wereld, waarin mensen weken van huis zijn en leven vanuit de koffer in een hotelkamer.

Hetzelfde ervoer zij nu ook. "Je drukt op een knop en er is koffie. En je kamer wordt opgeruimd. Afwassen hoeft ook al niet." Bizar vond ze het. Zeker toen ze in Salt Lake City arriveerde.

Blij met Barak

Moest ze in een olympisch dorp. Grappig, dat wel. Klachten over de woonruimte, die zou lijken op barakken, deelde ze niet. "Zet mij maar in een barak, hoor." Ze keek wat rond, kocht souvenirs in winkeltjes en sprak met handen en voeten met sporters uit andere landen.

Haar elfde plaats op de 3 kilometer was geen klassering die recht deed aan de hooggespannen verwachtingen in Nederland, ontstaan na het olympisch kwalificatietoernooi. Geen probleem voor Smit, die al helemaal geen behoefte heeft aan een heldenstatus. Daarbij werd ze in het olympisch dorp door het begeleidingsteam zo veel mogelijk afgeschermd van invloeden van buitenaf. Laat Gretha maar schuiven.

Kracht

Op de laatste schaatsdag van het toernooi was Smit opnieuw aan de beurt, op haar sterkste afstand, de 5000 meter. Om kwart over zeven was ze wakker geworden, om half negen had ze ontbeten en een uur later was ze met de bus naar de ijsbaan gereden. Zonder hoge verwachtingen, want de benen voelden helemaal niet goed. Dat bleef zo tot aan het inrijden, toen voelde Smit opeens de kracht in haar dijen vloeien.

En toen stond ze aan de start. Voor al haar concurrentes, in de eerste rit. Klaar voor de derde vijf kilometer in haar loopbaan. De anderen schaatsen de afstand al jaren en berekenen via tijdschema's precies waarop ze willen uitkomen. Smit niet. Die schaatst gewoon hard. Zaterdag zeker. De Duitse Gunda Niemann, door zwangerschap zelf niet op het ijs, keek met bewondering toe vanaf een stoel. Nadat ze de tijd 6.49,22 had opgeschreven en wist dat haar laatste wereldrecord was gesneuveld, begon ze te applaudisseren.

Die tijd bleek goed voor zilver, aangezien Claudia Pechstein later nog sneller was. Het stelde Smit geenszins teleur. De -jarige uit Rouveen had niet durven denken aan een medaille, zei ze tijdens de internationale persconferentie. Via een tolk vertelde ze haar levensverhaal aan de buitenlandse pers.

De vragen die in het Engels werden gesteld moesten voor haar worden vertaald. Ook achter een microfoon, tegenover een leger journalisten bleef Smit zichzelf. Nee, het was allemaal niet bijzonder, ze had gewoon hard getraind en haar best gedaan. Klaar.

'Doeg'

En op het moment dat de vragen aan Pechstein of de Canadese nummer drie Clara Hughes werden gesteld, keek Smit dromerig voor zich uit. En toen ze voor het eerst haar vriend over de telefoon sprak, marathonschaatser Miel Rozendaal, was het gesprek in no time voorbij. "Doeg!", gaf ze hem nog mee.

Ze hoeft niet in de schijnwerpers. Laat dat maar over aan Jochem Uytdehaage en Gerard van Velde, de golden boys. Smit weet niet wat haar plak losmaakt in het schaatsgekke Nederland. Ze denkt dat het meevalt. "Gerard zal wel populair zijn, met zijn hele geschiedenis." Nee, haar eigen verhaal is saai. "Neuh, maar ik heb zilver, hij goud, hè? Ach, ik weet het niet. Misschien is mijn verhaal ook wel mooi."