SALT LAKE CITY - Voor de Duitse skispringer Sven Hannawald zijn de Olympische Winterspelen toch nog goed afgelopen. De winnaar van de Vierschansentoernee verloor in Salt Lake City op de kleine en de grote schans het goud aan de Zwitser Simon Ammann. Hannawald nam maandag met het Duitse team revanche in de landenwedstrijd.

Duitsland eindigde met de springers Hannawald, Stephan Hocke, Michael Uhrmann en Martin Schmitt als eerste met 974,1 punten. Finland haalde zilver, op minimale afstand (974,0), Slovenië veroverde brons (946,3). Ammann werd met Zwitserland zevende.

Nooit eerder was het verschil tussen zilver en goud bij het olympisch skispringen zo klein. Omgerekend ging het om een marge van 5,55 centimeter.

Hannawald won begin dit jaar op superieure wijze de vierschansentoernee. Bij de Winterspelen moest de Duitser verrassend voorrang verlenen aan de Zwitserse sensatie Simon Ammann, die zowel op de grote als normale schans zegevierde. Bij het landentoernooi kreeg de tweevoudige olympische kampioen evenwel weinig steun. Ammann moest daardoor met zijn team genoegen nemen met de zevende plaats in het eindklassement.

'Tiger' Martin Schmitt was de gevierde man in de Duitse ploeg, die verder bestond uit Sven Hannawald, Stephan Hocke en Michael Uhrmann. Met zijn laatste sprong over 123,5 meter stelde hij ternauwernood de olympische titel veilig. Het was de eerste gouden medaille voor de Duitse springploeg sinds de triomf van Jens Weissflog en co in 1994 in Lillehammer.

"Ik weet niet of ik zo'n wedstrijd de volgend keer nog overleef", verzuchtte de Duitse coach Reinhard Hess. "Geef mij maar een grote pils", jubelde Uhrmann. "Ik ben extreem opgewonden", riep Hannawald. "Eindelijk heb ik die gouden medaille."

Hannawald was met zijn afstanden van 123 en 120,5 meter zeker niet de beste springer in de Duitse ploeg. Hij zei na afloop van de zenuwslopende wedstrijd dat hij fysiek en mentaal niet helemaal fris was. "Ik ben geen machine", merkte hij op. "Door mijn lichte beenblessure kon ik niet honderd procent afzetten. Maar wat maakt het nog uit?"

Het brons was voor Slovenië. Met een droomsprong van 133 meter bezorgde Robert Kranjec zijn ploeg in de slotfase nog wel de verrassende koppositie. De voorsprong op Duitsland bedroeg 4,6 punten. Dankzij de ultieme sprong van Schmitt vlogen de Duitsers alsnog naar de hoogste plaats op het ereschavot.