SALT LAKE CITY - Anton Geesink vindt dat de Nederlandse delegatie bij de Olympische Spelen van Salt Lake City een modderfiguur slaat. "Ik ben een groot deel van de dag kwijt met tekst en uitleg geven aan internationale officials", zegt het Nederlandse IOC-lid. "Niemand begrijpt er nog iets van."

Voor het conflict tussen NOCNSF en Aegon over het portretrecht van sporters speelde, maakte de oud-judoka kritische opmerkingen over de relatie tussen de sportkoepel en de sponsors. "De bestuursleden staan hier op de tribunes alsof ze supporters zijn. Daarbij zijn vaak reclame-uitingen op de kleding zichtbaar. Dit kan absoluut niet."

Zorgvuldiger

"Nu hoor ik weer dat Erica Terpstra gedurende het tweede deel van de Olympische Spelen hier op uitnodiging van een van de sponsors zou blijven. Je ziet tot wat voor situaties dat kan leiden. Ik vind dat men met dit soort zaken in Nederland veel zorgvuldiger moet omgaan."

Terpstra

Terpstra, bestuurslid van NOCNSF, was slechts gedurende de eerste helft op de Spelen geaccrediteerd namens NOCNSF. De laatste week zou ze blijven op uitnodiging van Aegon. Als gevolg van het conflict tussen de partijen over het portretrecht van sporters besloot de politica alsnog naar Nederland terug te reizen.

Vaderlandslievend

Zelf zou Geesink ook graag in de Olympic Oval de schaatsers aanmoedigen. "Ik ben net zo vaderlandslievend als de rest van het gezelschap en ik hoop ook dat de jongens en meisjes winnen. Alleen durf ik er met goed fatsoen niet tussen te gaan staan. Ik ben hier als official, niet als supporter en niet voor de sponsors."

Opspraak

Eerder al kwam Nederland binnen IOC-kringen in opspraak wegens de weigering van een groot aantal atleten deel te nemen aan de openingsceremonie. "Dat is ons ook niet in dank afgenomen", zegt Geesink. "Ik vind het allemaal verschrikkelijk. We hadden zo'n goede naam in de sportwereld."

Onzin

Geesink ergert zich ook al enige tijd aan de prominente rol van de, met name Nederlandse, sponsors bij de Olympische Spelen van Salt Lake City. "Ze doen het voorkomen alsof de atleten dankzij hun hulp hier kunnen presteren", zegt het Nederlandse IOC-lid. "Dat is onzin. Zoiets zou alleen het geval zijn wanneer ze optraden als donateurs. Dat is niet aan de orde. Ze hebben gewoon een product gekocht."

"Er is", zegt Geesink, "sprake van een zakelijke deal. De bedrijven betalen ervoor om zich te mogen vereenzelvigen met de olympische ringen. Op zich is daar natuurlijk niets mis mee. Alleen irriteert het me dat er een andere suggestie wordt gewekt."

Sluikreclame

Als hoofdgedelegeerde van het IOC kreeg Geesink al te maken met vermeende sluikreclame van Nederlandse bedrijven in de Olympic Oval, waar de schaatsers actief zijn. De betreffende rapporteur meldde Geesink dat de regels werden overtreden, hetgeen de oud-judoka doorgaf aan de organisatie. Het gevolg was dat NOCNSF hierop schriftelijk werd aangesproken.

"Zelfs op de achterkant van een kaartje staat dat dit soort reclame-uitingen verboden zijn", zegt Geesink. "Het verbaast me dan ook in hoge mate dat dit rond de schaatsers gebeurt. In Sydney, twee jaar geleden, is zelfs nog uitgebreid aan de orde gekomen dat de nationale olympische comités hiervoor moesten oppassen."