De Parade gaat weer van start in de stad. Amsterdam is als laatste stad aan de beurt, en tegelijkertijd de stad waar het theaterfestival het langst niet is geweest. Na twee jaar zijn de organisatoren én de theatermakers blij om weer te mogen: "De thuiswedstrijd is altijd een mooie afsluiter."

Twee jaar lang hebben we het festival moeten missen, maar het is terug. "Het voelt nog een beetje onwennig, maar ik heb heel veel zin in de komende weken", zegt organisator Nadine van Pinxteren. Dit jaar zijn er zo'n zeventig voorstellingen te zien over alle dagen verspreid. "Voorstellingen duren ongeveer dertig minuten, dus men kan alles zien."

Voor theatermaker Nina-Elisa Euson is het de eerste keer dat ze met haar theatergezelschap op de Parade staat: "De Parade is zo gaaf, er zijn zo veel makers bij elkaar en men komt echt voor het theater." Met haar gezelschap treedt ze op met muziektheater waarin het verhaal van Turkse gastarbeiders wordt verteld.

Diversiteit is voor Van Pinxteren een belangrijk uitgangspunt voor de Parade dit jaar: "We proberen veel jonge makers een plek te geven, die hebben het heel lastig gehad om in coronatijd een positie te veroveren.

"We proberen de aandacht van mensen vast te houden door snelle scenes en goede grappen af te wisselen", zegt Euson. Het wordt warm de komende weken, en daarom worden voorzorgsmaatregelen genomen: "We ventileren alle tenten en er is genoeg water voor iedereen", laat de organisatie weten.

Nadat de Parade in Eindhoven, Den Haag en Utrecht is geweest, is Amsterdam de afsluiter in de reeks. "Het voelt als een thuiswedstrijd", zegt Euson. "Onze groep komt hier vandaan, dus voor ons voelt dit extra leuk. Daarbij is Amsterdam het grootst en is het echt het eindstation."