De gemeente heeft negen mogelijke locaties op het oog voor een nieuw museum over het nationaal slavernijverleden in de stad. Het komende jaar zullen drie kwartiermakers een definitief plan gaan uitwerken. "Een grote stap", stelt de gemeente.

De Kop Java-eiland en de Sixhaven zijn twee van de mogelijke locaties. Het college heeft de ambitie om een museum met een 'nationale uitstraling' te realiseren in een nieuw gebouw. Het pand zal rond de 6500 vierkante meter publieksruimte krijgen en zal worden omringd door een park.

Inmiddels zijn de inhoudelijke hoofdlijnen van het nieuwe museum ook vastgesteld. De inhoudelijke invulling van het museum moet zich richten op een breed publiek, met een focus op kunst, kennis en onderzoek en educatie, aldus het college.

Er moet ruimte zijn voor het slavernijverleden als geheel en dus niet alleen de Nederlandse slavenhandel tonen rond West-Afrika, Suriname en de Caribische eilanden, maar ook die rond de Indische Oceaan, waar de VOC (Vereenigde Oostindische Compagnie) actief was.

De drie kwartiermakers, die een jaar de tijd krijgen, zullen een ondernemingsplan gaan opstellen waarin de inhoud, de organisatie, huisvesting, een bijbehorende kostenraming en tijdelijke programmering zijn uitgewerkt. De kwartiermakers hebben ieder een specifiek profiel: één maatschappelijk, één museaal en één fysiek.

Het nieuwe museum wordt door het Rijk en de gemeente betaald en moet geopend worden in 2025, als de stad zijn 750-jarig bestaan viert.