Slachtoffers van homodiscriminatie in Amsterdam stellen dat hun belagers vaak jongeren met een "niet-Nederlandse achtergrond" zijn. Dat staat in het rapport Actieonderzoek Anti-discriminatie LHBTIQ+ dat in opdracht van de gemeente is uitgevoerd.

Volgens de onderzoekers wordt het overgrote deel van de lhbtqi+-gemeenschap dagelijks geconfronteerd met verschillende gradaties van discriminatie.

"Naast incidenten van verbale discriminatie vindt veel discriminatie plaats in de eigen woonomgeving, waarbij het vooral gaat om frequent verbaal geweld in combinatie met intimidatie, bedreiging en vandalisme. Dit patroon wordt doorbroken door incidenten van discriminatie die escaleren en een fysiek gewelddadig karakter aannemen", is te lezen in het rapport.

Voor het onderzoek werden diepte-interviews met vijftien slachtoffers afgenomen en werd gesproken met de politie en hulpinstanties zoals De Regenboog Groep en Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam. Het onderzoek is door die opzet niet representatief, maar de onderzoekers spreken wel van patronen.

'Vaak gaat het om tieners met een niet-Nederlandse achtergrond'

Zo komt uit de interviews met vijftien slachtoffers een overeenkomend daderkenmerk naar voren: "In veel gevallen gaat om tienerjongens met een niet-Nederlandse achtergrond die in groepsverband discriminatoire acties uitvoeren." Een van de slachtoffers spreekt van "een groepje Marokkaanse jochies tussen de twaalf en achttien". "Dat dit de meest besproken kenmerken in deze reeks interviews zijn, neemt niet weg dat er daders zijn met een andere omschrijving", aldus de onderzoekers.

De slachtoffers stuiten niet alleen op discriminatie of onbegrip op basis van hun seksuele identiteit of genderidentiteit, maar ook op basis van hun huidskleur, etniciteit en beperkingen. Bij discriminatie in de woonomgeving worden slachtoffers met regelmaat in groepsverband lastiggevallen. Andere veelgenoemde omgevingen zijn het openbaar vervoer, uitgaansgelegenheden en de werkplek, waarbij het niet zozeer gaat om collega's, maar om hangjongeren die er samenkomen.

Partij van de Ouderen vraagt om opheldering

"Dit rapport is een bevestiging van wat we al jaren weten, maar wat door GroenLinks en de andere coalitiepartijen al net zolang vakkundig weggepoetst wordt: homohaat vindt veel plaats door Marokkaanse jongens", zegt fractievoorzitter Wil van Soest van de Partij van de Ouderen. Ze wil opheldering van het college.

Het rapport werd afgelopen donderdag door wethouder Rutger Groot Wassink (Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid) vrijgegeven, maar dateert volgens de omslag van het onderzoek van 1 februari. Het onderzoek werd uitgevoerd door BProud en Public Mediation, partijen die volgens de wethouder zelf deel uitmaken van de gemeenschap die ze onderzochten.