Het bestuur die een brandweerman ontsloeg vanwege zijn lidmaatschap van de Hells Angels, had dat niet mogen doen. Volgens het bestuur was het lidmaatschap niet te verenigen met de voorbeeldfunctie van brandweerman.

De brandweerman, die meer dan 25 jaar in dienst was bij de brandweer, was al 20 jaar lid van de motorclub en werd door het bestuur verdacht van het plegen van strafbare feiten. Daar is geen onderzoek naar gedaan en dat had volgens de Centrale Raad wel moeten plaatsvinden.

Daarnaast vond het bestuur van de brandweer dat het lidmaatschap van een motorclub niet te verenigen was met zijn taken als hoofdbrandwacht binnen het korps. De integriteit van de brandweerman zou daardoor op het spel staan.

De rechtbank van Amsterdam besloot in mei vorig jaar al dat het ontslag van de brandweerman vernietigd moest worden. De rechtbank vond de zorgen van het bestuur "niet onbegrijpelijk", maar stelde vast dat deze niet genoeg waren geconcretiseerd. In het hoger beroep bevestigt de Centrale Raad het oordeel van de rechtbank.

De Centrale Raad maakte duidelijk dat de motorclub Hells Angels nog geen verboden organisatie is en dat de brandweerman dus lid mag zijn. Als de motorclub verboden is, mag hij zijn activiteiten in naam van Hells Angels niet meer voortzetten. Doet hij dat wel, dan mag het bestuur hem wel om die reden ontslaan.