Het 400 meter lange kunst-hekwerk van de Nederlandsche Bank (DNB) in Amsterdam is donderdagochtend verplaatst. Het hekwerk zal binnenkort worden tentoongesteld in het Mien Ruyspark in het Brabantse Bergeijk. Met het verwijderen van het hek is de bank een stapje dichter bij het openstellen van het gebouw voor publiek.

In oktober 2020 is de ruim 14 miljard aan goudbaren en bankbiljetten verplaatst van Amsterdam naar Haarlem. Nu het goud ligt opgeslagen op andere locaties, gaat de Nederlandsche Bank zich openstellen voor de stad.

De verwachting is dat de bank in 2023 de deuren zal openen. "Je kunt denken aan financiële educatie, we kunnen hier colleges geven, er zullen filmzalen zijn. Maar gewoon een kopje koffie komen drinken kan in de toekomst ook", zegt Maaike van Leuken, programmadirecteur van DNB.

Momenteel is de renovatie van de bank in volle gang. Aan de overzijde van de Stadhouderskade wordt een grote vlonder gebouwd, waar bezoekers aan het water kunnen zitten en koffiedrinken. De grote ronde toren in het midden van de bank maakt plaats voor een publiek toegankelijke stadstuin.

Het grootste deel van het hekwerk wordt overgeplaatst naar het Mien Ruyspark in Bergeijk en zal daar worden tentoongesteld. In het voorjaar van 2022 kan het kunst-hekwerk worden bezocht. Wie liever dicht bij huis blijft, kan terecht op het Frederiksplein.