Betere handhaving, snellere berechting en een campagne om straatdealers te vermijden. Met onder meer die maatregelen hopen de gemeente Amsterdam, de politie en justitie de overlast van straathandel van drugs terug te dringen.

De problematiek rond straatdealen, waarbij nep- en echte drugs worden aangeboden, komt al geruime tijd voor in de Amsterdamse binnenstad. Uit cijfers van de gemeente blijkt dat tussen januari 2017 en december 2019 in totaal 2.267 personen minimaal één keer als verdachte werden aangehouden voor het dealen van (nep)drugs in het centrum.

Door de lockdown is het aantal straatdealers fors teruggelopen, maar de verwachting is dat de problematiek weer zal toenemen als de coronamaatregelen worden versoepeld. Omdat de Amsterdamse driehoek niet wil wachten totdat deze problemen zich weer voordoen, komt het daarom met een vernieuwde aanpak.

Zo wordt in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) de gedraging "hinderlijk ophouden bij gebouwen" heringevoerd als grond voor een bestuurlijk gebiedsverbod. Daarmee kan de politie effectiever en sneller optreden. Volgens de driehoek is dat middel in het verleden effectief gebleken om overlast van straatdealers tegen te gaan.

Proef om kwetsbare straatdealers hulp aan te bieden

Zodra de maandelijkse acties van de politie op straatdealers weer van start gaan, komt in het vervolg het Openbaar Ministerie (OM) fysiek naar het basisteambureau om dagvaardingen in persoon uit te reiken aan verdachten van straatdealen. Hierdoor moeten ze binnen enkele weken voor een rechter verschijnen.

Verder wordt een proef gestart om kwetsbare straatdealers en overlastplegers zorg en hulp aan te bieden, in plaats van een langdurend gebiedsverbod. Er komt ook een campagne om binnenstadbezoekers te stimuleren om straatdealers te vermijden. Daarnaast gaan de politie en gemeente beter informatie uitwisselen over straatdealers en de stadsdelen waar zij wonen.