Het gemeentebestuur heeft donderdag besloten het aantal zoekgebieden voor windmolens in Amsterdam te verkleinen. Hierdoor is de kans dat er windmolens komen bij Amstelscheg, Gaasperplas, Zeeburgereiland en de baai voor IJburg kleiner geworden.

Om te kunnen voldoen aan de klimaateisen, heeft het gemeentebestuur nog steeds ongeveer zeventien windmolens gepland staan. Deze windmolens zullen binnen de stadsgrenzen van Amsterdam geplaatst worden.

Begin 2020 liet de verantwoordelijk wethouder Marieke van Doorninck al weten dat er voor de helft van de windmolens plek is in het Westelijk havengebied. Voor de andere acht of negen windmolens wordt nog steeds plek gezocht.

De gemeente heeft het aantal zoekgebieden nu dus verkleind, maar tegelijkertijd ook prioritering aangebracht in de zoekgebieden. "Alleen als het niet lukt om in de groene gebieden de 50 megawatt op te wekken, komen eerst de 'gele' en dan 'rode' gebieden alsnog in beeld."

De gemeente wil concrete plannen maken voor de groene gebieden. Onder meer het Havengebied, ring A10 Noord en de Noorder IJplas vallen hieronder.

Verzet tegen komst windmolens

In IJburg werd geprotesteerd en werd een petitie zesduizend keer ondertekend. Tijdens een inspraakavond over de komst van windmolens in Amsterdam in januari gaven 160 personen zich op om iets te zeggen.

Bewoners maken zich vooral zorgen om gezondheidsproblemen. Volgens bewoners zou de geluidshinder van windmolens slaapstoornissen, hoofdpijn en misselijkheid veroorzaken. Tot op heden is hier echter geen wetenschappelijk bewijs voor.

Ook het participatieproces van de gemeente zou ondoorzichtig zijn, lieten bewoners tijdens de inspraakavond weten. In haar brief stelt Van Doorninck dat ze een lokaal participatieproces gaat starten waardoor bewoners kunnen meebepalen over de voorkeurslocaties voor windmolens in de zoekgebieden. Vervolgens wil de gemeente kijken "hoe bewoners kunnen meeprofiteren van de opgewekte energie".

"De gemeente verleent alleen planologische medewerking aan het plaatsen van windmolens als de initiatiefnemers toezien op minstens 50 procent lokaal eigendom". Bewoners moeten dan eerst lid worden van een windcoöperatie.