Het Openbaar Ministerie (OM) gaat in hoger beroep tegen de vrijspraak van twee verdachten in de cold case rond de moord op Patrick van Dillenburg. De rechtbank sprak de twee mannen eerder deze week vrij, nadat een bekentenis tegen een undercoveragent ongeldig was verklaard.

De destijds 38-jarige Van Dillenburg verdween op 3 januari 2002. Negentien jaar later is hij nog steeds niet gevonden.

De onderzoeken leverden aanvankelijk weinig op, totdat de politie in 2017 een aantal undercoveragenten inzette om meer duidelijkheid te krijgen over de rol van twee verdachten. Via de omstreden Mr. Big-methode probeerden politie en justitie een van de verdachten een bekentenis te ontlokken.

Hoewel de opsporingsmethode met undercoveragenten ingezet mocht worden, voldeed de uitvoering volgens de rechtbank niet aan de regels. Volgens de rechtbank is er "ongeoorloofde druk" op de verdachte uitgeoefend. Zo zou een beloofde zakenreis naar Portugal niet doorgaan als de verdachte weigerde te bekennen. De undercoveragent had gezegd dat tijdens die reis veel geld te verdienen viel, terwijl de verdachte in de schulden zat en verslavingsproblemen had.

De advocaat van de verdachte liet eerder weten dat zijn cliënt blij is met het vonnis. "Ik hoop dat met deze uitspraak een einde is gemaakt aan de inzet van de Mr. Big-methode en dat politie en justitie inzien dat deze methode onbetrouwbaar is."

Het OM noemde het volledig uitsluiten van het undercovertraject een "onevenredig zware sanctie" en ging dus in beroep.