Bestuurders van de verschillende stadsdelen in Amsterdam hebben wethouder Rutger Groot Wassink (Democratisering) en een aantal raadsleden een brief gestuurd waarin ze onder meer vragen of hun adviezen beter doorgegeven kunnen worden.

Sinds 2018 heeft Amsterdam 22 stadsdeelcommissies met gekozen politici. De zeven stadsdelen hebben een dagelijks bestuur met stadsdeelbestuurders die door het college van burgemeester en wethouders zijn aangewezen.

Dat dagelijks bestuur kan het college en de gemeenteraad van advies voorzien. In die adviezen kunnen standpunten van de stadsdeelcommissies opgenomen worden, maar dat hoeft niet.

Volgens de zeven stadsdeelbesturen worden hun adviezen niet altijd goed aangeleverd bij het college en de gemeenteraad. In de brief uiten de voorzitters hun ongenoegen met het huidige bestuurlijk stelsel.

"Zeker als adviseren je enige bevoegdheid is, moet je erop kunnen rekenen dat je adviezen op de plek belanden waarvoor ze bestemd zijn", schrijft Fenna Ulichki, voorzitter van de stadsdeelvoorzitters in een brief aan verantwoordelijk wethouder Rutger Groot Wassink (GroenLinks).

Volgens evaluatie wordt weinig gehoor gegeven aan stadsdelen

Uit een eerdere evaluatie bleek dat ondervraagde Amsterdammers, medewerkers en bestuurders van de gemeente vinden dat het college en de gemeenteraad te weinig luisteren naar de stadsdelen. "Amsterdammers hebben het idee dat het 'echte werk' wordt gedaan door de gemeenteraad en het college. En als je iets wilt veranderen via het bestuurlijk stelsel, moet je daar zijn", zo staat er in de evaluatie.

De brief van de stadsdeelvoorzitters is een reactie op deze evaluatie. De stadsdeelbestuurders willen ook beter uitgewerkte bevoegdheden en bijbehorende budgetten. Daarnaast willen de voorzitters dat het stadsdeelbestuur net als het college van burgemeester en wethouders gebruik kan maken van het ambtelijk apparaat van de gemeente.