Het Amsterdam Museum aan de Kalverstraat zal grondig worden gerenoveerd. Het museum wordt groter en ruimer, zodat er meer ruimte voor grote werken komt. De verbouwing moet in 2025 zijn afgerond.

Het museum van en over de stad is sinds 1975 gevestigd in het voormalige Burgerweeshuis en herbergt zo'n 100.000 uiteenlopende voorwerpen uit alle periodes van de Amsterdamse stadsgeschiedenis.

Omdat het gebouw niet als museum is gebouwd en er tegenwoordig andere eisen worden gesteld, is een renovatie hard nodig.

Het museale gedeelte neemt toe van 2.400 tot 2.900 vierkante meter, waarvan 1.200 vierkante meter voor grote en extra grote zalen is bedoeld. De wandoppervlakte wordt flink vergroot, zodat er meer grote werken kunnen hangen. Zo komt er plek voor grote groepsportretten uit de zeventiende eeuw. Ook wordt het museum toegankelijk voor mensen met een fysieke beperking.

Stadshal wordt het hart van het museum

De nieuwe hoofdentree komt in het midden van het complex, zodat alle bezoekers via een van de poorten binnenkomen en de hoven ontdekken, voordat ze het gebouw binnengaan.

De Stadshal, de nieuwe publieke entreehal, wordt het hart van het museum. De museumroute wordt een doorgaand eenrichtingscircuit, dat begint en eindigt in het oudste deel van het gebouw: het ondergrondse Gewelf.

De Grote Zaal als hoogtepunt

In de Grote Zaal boven de Stadshal komen de topstukken uit de collectie te hangen. De zaal moet het hoogtepunt van de route worden. Net als in de huidige Amsterdam Galerij is de omloop straks ook zonder kaartje te bezoeken.

De gemeente trekt als eigenaar van het pand 56,2 miljoen euro voor de renovatie uit. De verbouwing begint halverwege 2022 en duurt zo'n 2,5 jaar, zodat het museum weer open is voor de 750e verjaardag van de stad. Gedurende de verbouwing is een deel van de collectie te zien in de Amsterdam Museum-vleugel in de Hermitage.