De gemeente Amsterdam wil mogelijk zelf sociale huurwoningen van corporaties overnemen als het Rijk geen maatregelen neemt tegen de verkoop van die huurwoningen.

Het stadsbestuur zegt het plan pas te gaan onderzoeken als er in Den Haag geen stappen genomen worden om bijvoorbeeld de verhuurdersheffing af te schaffen. Die heffing moet worden betaald door corporaties die meer dan vijftig woningen in hun bezit hebben.

Volgens wethouder Laurens Ivens (Wonen) zorgt de heffing ervoor dat woningcorporaties minder geld overhouden om te investeren en moeten zij bestaande sociale huur verkopen om nieuwe sociale woningen te kunnen bouwen. Die verkoop zorgt ervoor dat veel bestaande sociale huurwoningen verdwijnen.

Ivens wil dat er in Den Haag werk gemaakt wordt van de verruiming van de investeringscapaciteit van corporaties door bijvoorbeeld de verhuurdersheffing af te schaffen. Gebeurt dat niet, dan wil het stadsbestuur een onderzoek instellen naar het door de gemeente opkopen van de sociale huurwoningen. De opgekochte woningen kunnen dan verhuurd worden in de sociale of middeldure sector.

De wethouder schat jaarlijks zo'n 340 miljoen euro te moeten reserveren voor de opkoop van duizend sociale huurwoningen, maar dat kan ook meer zijn als die woningen in prijs stijgen. Ook moet de gemeente bekijken of het aankopen tegen marktwaarde rendabel is als de woningen blijvend verhuurd worden. Daarnaast zal de gemeente verhuurder worden en dat betekent dat ze ook verantwoordelijk wordt voor het beheer en onderhoud.

Ivens: "Het is voor Amsterdam van groot belang dat er meer woningen bij komen voor de huishoudens met lagere en middeninkomens. Als het Rijk dit niet steunt, zullen we zelf bereid moeten zijn om moeilijke stappen te nemen."