In 2020 zijn er 5.932 nieuwe woningen in aanbouw genomen. Dat zijn er minder dan de afgelopen drie jaar en het aantal middeldure huurwoningen en sociale corporatiewoningen is kleiner dan afgesproken. Dat meldt wethouder Laurens Ivens (Bouwen en Wonen) dinsdag aan de Amsterdamse gemeenteraad.

Het gaat om 2.812 sociale huurwoningen, 575 middeldure huurwoningen, 1.177 dure huurwoningen en 1.368 koopwoningen.

Met name het aantal middeldure huurwoningen is fors minder dan de afgesproken 1.670 per jaar. Over de tegenvallende bouwcijfers in dat segment dienden oppositiepartijen eind november nog een motie van treurnis in tegen Ivens.

De wethouder heeft echter laten weten dat het in de tweede helft van 2020 beter ging dan tijdens de eerste helft en spreekt van een "voorzichtig herstel". Hij hoopt op een inhaalslag in de komende jaren.

Ivens noemt het in aanbouw nemen van de bijna zesduizend woningen dit jaar een "immense prestatie", omdat er door de coronacrisis ook bouwprojecten vertraagd zijn. "Het is de bouwers en ontwikkelaars gelukt om door te pakken en resultaten te boeken. Daar mogen we trots op zijn", aldus de wethouder.