De Raad van State (RvS) oordeelt dat het boetebeleid van de gemeente Amsterdam rondom illegale vakantieverhuur in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, wat inhoudt dat niet iedere overtreding bij illegale verhuur even ernstig is. Dit betekent dat de gemeente nauwkeuriger moet zijn in het uitdelen van boetes voor illegale vakantieverhuur.

In 2018 en 2019 legde de gemeente aan enkele particulieren de maximale boete van 20.500 euro op. Zij verhuurden hun woning aan toeristen zonder dat ze daarvoor een vergunning hadden. "Zo'n vergunning is nodig omdat in de Huisvestingswet staat dat de gemeente woningen mag aanwijzen die je niet zonder vergunning aan de woningvoorraad mag onttrekken", schrijft de RvS woensdag op de website.

De beboete particulieren stapten naar de rechter die oordeelde dat de boetes te hoog waren. De hoogte werd teruggebracht naar bedragen tussen de 4.000 en 10.000 euro. Tegen die verlagingen ging de gemeente weer in hoger beroep.

De RvS oordeelt dat de gemeente onderscheid moet maken of het bij overtreding van de Huisvestingswet gaat om bedrijfsmatige verhuur of particuliere verhuur van een woning. Die mogelijkheid tot "differentiatie" is er nu niet in het boetebeleid van de stad en die zou er wel moeten zijn, aldus de Rvs.