De 41-jarige Irfan E. is door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van 21,5 jaar voor het doden en beroven van fietsenmaker Temel Kobya ruim vier jaar geleden. Dat is hoger dan straf die de rechtbank eerder oplegde. Die veroordeelde de man tot twintig jaar cel.

Op 15 maart 2016 werd fietsenmaker Kobya in de fietsenwinkel op de Jan Tooropstraat in Amsterdam zwaargewond aangetroffen door zijn zoon. Reanimatie mocht niet baten. Kobya was meerdere keren in zijn borst gestoken en zijn portemonnee was verdwenen.

DNA op de hand en de kleding van het slachtoffer leidde uiteindelijk naar E. Bovendien bekende de man de moord tijdens de loop van het onderzoek tegenover zijn celgenoot.

Het doden van Kobya was niet het enige dat B. had gedaan. Zo sloeg hij enkele maanden voor de steekpartij totaal onverwacht een barst in de schedel van een kennis met een hamer. Ook is hij schuldig aan een aantal diefstallen in appartementencomplexen. Hij stal onder meer onderdelen van brandkranen en een bliksemafleider, waardoor volgens het hof 'levensbedreigende risico's' ontstonden.

De rechtbank legde in mei 2018 twintig jaar gevangenisstraf op. In hoger beroep wilde het Openbaar Ministerie daar een flinke schep bovenop doen en eiste daarom 25 jaar gevangenisstraf. Volgens het OM dient de maatschappij voor lange tijd tegen iemand als B. beschermd te worden.

Het gerechtshof ging niet volledig mee met de eis van het OM. Wel oordeelde het hof dat een gevangenisstraf van zeer lange duur moet worden opgelegd: in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 22 jaar. Maar omdat de zaak niet binnen een redelijke termijn is afgerond legt het hof zes maanden gevangenisstraf minder op.