Voor het eerst in jaren stijgen de huurprijzen in Amsterdam niet het hardst in Nederland, maar die in Rotterdam en Den Haag, blijkt maandag uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In Amsterdam zijn de huurprijzen in juli gemiddeld met 3,5 procent omhooggegaan, in Rotterdam en Den Haag was dit respectievelijk 4,1 en 3,6 procent.

De stijging van huurprijzen komt vooral door de hogere inflatie. Als de inflatie omhooggaat, mogen de huurprijzen harder meestijgen. In 2020 was deze maximale huurstijging 5,1 of 6,6 procent, afhankelijk van het inkomen van de huurder.

De huurprijzen in Nederland zijn gemiddeld met 2,9 procent omhooggegaan. Jarenlang was Amsterdam de koploper, maar nu voor het eerst dus niet meer.

Dat er wat lichtpuntjes zijn in de Amsterdamse huurmarkt, werd ook in juli al duidelijk. Toen meldde verhuurplatform Pararius dat de gemiddelde huurprijs voor een vrijgekomen woning in de vrije sector voor het tweede kwartaal op rij was gedaald.

De oorzaak was volgens het platform te vinden in de coronacrisis. Expats en toeristen blijven meer weg, waardoor verhuurders ervoor kiezen hun appartementen weer op de 'Nederlandse verhuurmarkt' te brengen.

Amsterdam blijft wel koploper in Nederland als het gaat om vierkantemeterprijzen. Een vierkante meter vrije sector-woning kostte in het tweede kwartaal van dit jaar 23,09 euro, tegen 23, 50 euro een kwartaal eerder. Landelijk gezien wordt er gemiddeld 16,70 euro voor een vierkante meter betaald.