Amsterdamse ondernemers van wie de zaak is beschoten of bij wie een handgranaat voor de deur is gelegd, hebben volgens de politie in de meeste gevallen een link met criminele netwerken. Dat schrijft burgemeester Femke Halsema in een brief aan de gemeenteraad

Vorig jaar waren er achttien geweldsincidenten, waarbij er sprake was van een beschieting of het leggen van een handgranaat. Dit is ongeveer net zoveel als de jaren ervoor.

De taskforce Geweld en Intimidatie Tegen Ondernemers (GITO), bestaande uit politie, Openbaar Ministerie (OM), gemeente, belastingdienst en justitie nam 37 geweldsincidenten van de afgelopen twee jaar onder de loep. In 26 gevallen was er sprake van een incident met een explosief en in 13 gevallen van een beschieting. In twee gevallen was van beide sprake.

Volgens de taskforce ontbreekt echter meestal de mogelijkheid om zaken betreffende aanslagen op te lossen, omdat de capaciteit die daarvoor nodig is voor meer dringende prioriteiten, zoals liquidaties, wordt ingezet. In de meeste gevallen ontbreken gegevens over de motieven van de aanslagen, waardoor niet kan worden vastgesteld of het doel was om een sluiting af te dwingen.

Wel kan het plaatsen van een handgranaat volgens de taskforce worden gezien als een duidelijke waarschuwing aan het adres van de getroffen ondernemers, ook als er geen sluiting volgt.

Om zulke geweldsincidenten te voorkomen is het screenen van de ondernemers en ondernemingen via de wet Bibob van belang. Halsema waarschuwt dat door de coronacrisis de inkomsten van veel ondernemingen onder druk staan. Dit kan de komende tijd leiden tot veel wisselingen van ondernemingen en ondernemers. "De noodzaak om hierop te zijn voorbereid en snel en nodig te kunnen screenen is evident."