Het zal voor Amsterdam niet makkelijk worden om als stad uit de coronacrisis te komen, maar hoop en geloof in de kracht van de stad moet Amsterdam er op den duur bovenop helpen. Dat zei burgemeester Femke Halsema donderdag tijdens de jaarlijkse De Staat van de Stad.

"De coronacrisis lijkt ons te hebben losgerukt van onze geschiedenis. Het is moeilijk, bijna onmogelijk om te begrijpen hoe we hier plotseling in terecht zijn gekomen. Nog moeilijker is het om de deur naar een nieuwe Amsterdamse samenleving open te breken en onszelf erdoorheen te duwen, de toekomst in", zo begon Halsema.

Vanwege de crisis worden tienduizenden banen in de regio bedreigd en de gemeente Amsterdam kampt met een begrotingstekort dat richting de honderden miljoenen loopt. "Er was geen brand of overstroming en toch voelde het buiten, en soms ook binnen niet veilig. Onze stad ligt niet in puin en toch moet zullen we veel opnieuw moeten opbouwen."

De coronacrisis heeft niet alleen een aanslag op de Amsterdamse gezondheid gedaan. Het virus en het inperken daarvan heeft ook voor veel sociale ongelijkheid gezorgd en zal dat ook blijven doen. Halsema waarschuwde voor oplopende werkloosheid, schulden en dakloosheid.

Die armoede treft niet alleen individuele Amsterdammers, maar zal ook te voelen in de stad als geheel. "Het openbaar vervoer, kunst en cultuur, het onderwijs, de zorg, reiniging, handhaving en politie worden geconfronteerd met de gevolgen van krappe overheidsfinanciën."

Het stadsbestuur gaat dan ook de leiding nemen in het economische herstel en de sociale wederopbouw. "Niet door Amsterdammers voor te schrijven hoe onze gezamenlijke toekomst eruit ziet, maar door nauw met elkaar - door de politieke verschillen heen en met zoveel mogelijk inwoners - samen te werken", aldus Halsema.