Amsterdamse kinderen van hogeropgeleide ouders worden bij een schooladvies vaak overschat, waar Amsterdamse kinderen van lageropgeleide ouders juist onderschat worden. Dat blijkt uit cijfers van Bureau Onderzoek en Statistiek, die duiden op een groeiende ongelijkheid in het onderwijs.

Maar 40 procent van de basisschoolleerlingen krijgt een schooladvies dat aansluit op de Cito-score, meldt Het Parool. De rest krijgt adviezen die niet aansluiten.

Het draait om het moment op de basisschool waarop kinderen een advies krijgen voor het voortgezet onderwijs: vmbo, havo of vwo. Het advies dat de school geeft, komt nog vóór de uitslag van de Cito-toets. Valt die uitslag gunstiger uit, dan kan een kind nog aangeraden worden om een hoger niveau te gaan doen. Maar om alsnog een lager niveau te adviseren, kan niet.

Nu blijkt dit systeem ervoor te zorgen dat kinderen van hogeropgeleiden veel vaker hoger worden ingeschat, dan kinderen van ouders die minder hebben gestudeerd.

"Daar schrik ik van", zegt wethouder Marjolein Moorman (Onderwijs). "Het lijkt erop dat niet elke leerling gelijk wordt behandeld. Er lijkt een een soort systematische afwijking te zijn."

Moorman wil dat leraren zich bewust worden van mechanismes die kunnen spelen. Docenten moeten volgens haar leren hoe ze hiermee om kunnen gaan. "Ook met dwingende ouders, die een hoger advies eisen."

Daarnaast ziet de gemeente graag een toename van het aantal brede schoolgemeenschappen, waar kinderen makkelijker over kunnen stappen naar een hoger niveau.