Afvalverwerkingsbedrijf AEB wil af van de groene ambities en stopt voorlopig met luierrecycling en de biomassacentrale. Het bedrijf wil zich volledig kunnen richten op de verbrandingsovens, zegt directeur Paul Dirix zaterdag in een interview met Het Parool.

"Als je aandacht hebt voor veel verschillende dingen, gaat meestal niet alles goed. Onze focus moet terug naar de ovens", aldus Dirix.

Ook de verbranding van rioolslib voor Waternet moet op een andere manier gebeuren, vindt de AEB-directeur. "We hadden het idee om een grondstoffenfabriek te worden, maar dat gaan we dus niet meer doen. Als Amsterdam die ambitie nog heeft, moet de gemeente dat ergens anders doen."

Het afvalverwerkingsbedrijf kwam in juni in financiële problemen nadat een groot gedeelte van de vuilverbranding wegens veiligheidsredenen moest worden stilgelegd. De gemeente en enige aandeelhouder van het AEB gaf het bedrijf vervolgens een miljoenensteun.

'Stadsbestuur zorgde voor kwetsbare positie'

Volgens Dirix was het stadsbestuur voor een groot deel verantwoordelijk voor de kwetsbare positie van het bedrijf. De optie van een faillissement zou te vaak zijn genoemd, waardoor partners en leveranciers van het AEB twijfels zouden hebben gekregen en garanties wilden van de gemeente.

Als het aan Dirix ligt, wordt het AEB in de toekomst een zelfstandige marktpartij. "Het is mij om het even wie de aandeelhouder is", zegt de bestuurder. Wel vindt hij het belangrijk dat het bedrijf onafhankelijk van de gemeente beslissingen neemt. "Amsterdam doet er goed aan gepaste afstand te houden. Ze zaten er te dicht op."

Inmiddels zijn alle ovens van het afvalverwerkingsbedrijf weer in gebruik. De gemeente bereidt een veiling voor om het bedrijf, of delen daarvan, aan een private partij te verkopen.