Het aantal huishoudens in Amsterdam met een inkomen onder de armoedegrens daalt. Tegelijkertijd is het aantal langdurige minimahuishoudens binnen deze groep gegroeid van 58 procent in 2013 naar 65 procent vier jaar later, blijkt uit informatie van de Armoedemonitor 2018.

In Amsterdam leef je in armoede als je minder dan 120 procent van het wettelijk sociaal minimum verdient en niet in het bezit bent van spaargeld of een huis. Voor alleenstaanden is dit 1.190 euro, voor getrouwden of samenwonenden ligt de grens op 1.700 euro.

Uit de monitor blijkt dat in 2017 nog 69.590 huishoudens over een laag inkomen beschikten. Dat is een daling van een half procent ten opzichte van een jaar eerder. In 2014 was Amsterdam nog het thuis van bijna 74.000 minimahuishoudens.

Mede door de daling van het aantal huishoudens met een inkomen onder de armoedegrens groeien minder Amsterdamse kinderen in armoede op. In 2011 gold dat in Amsterdam nog voor bijna een kwart van de kinderen, zes jaar later geldt dit voor twee op de tien kinderen.