Het Openbaar Ministerie (OM) gaat in hoger beroep tegen de vonnissen van de rechtbank in de zaak rond de poging tot liquidatie van een medewerker van een Amsterdamse spionagewinkel. Vorige week werden een 55-jarige en 21-jarige man veroordeeld tot dertien jaar cel en twee jaar jeugddetentie.

De 32-jarige medewerker van de spyshop werd vorig jaar augustus meerdere keren op zijn hoofd geslagen met de kolf van een vuurwapen. De 55-jarige verdachte wilde hem van dichtbij doodschieten, maar het wapen weigerde.

Het slachtoffer raakte zwaargewond bij de aanval. Door de mishandeling is hij grotendeels invalide geworden.

Drie weken geleden eiste het OM twintig jaar cel tegen de 55-jarige man en vijftien jaar cel tegen de 21-jarige medeverdachte, die nauw zou hebben samengewerkt met de schutter. De rechter was van mening dat de medeverdachte volgens het adolescentenstrafrecht berecht moest worden, omdat hij tijdens het misdrijf twintig jaar oud was en "een bijna blanco strafblad" had.

Het adolescentenstrafrecht houdt in dat mensen tot 23 jaar nog kunnen worden veroordeeld volgens het jeugdstrafrecht. Het OM was het oneens met deze keuze van de rechtbank. "De officier van justitie is van mening dat het toepassen van het adolescentenstrafrecht niet passend is bij de persoon van deze verdachte, niet passend bij de rol die hij bij het plegen van het misdrijf zou hebben gehad noch bij de ernst van de feiten", laat het OM weten.

De officier van justitie gaat ook in beroep tegen het vonnis van de 55-jarige verdachte. De strafmaat van dertien jaar is volgens het OM niet passend bij het misdrijf.