Burgemeester Halsema mocht een schoonmaakbedrijf aan de Johan Huizingalaan in Nieuw-West dat in augustus vorig jaar beschoten werd, niet voor onbepaalde tijd sluiten. Dat heeft de rechtbank Amsterdam deze week geoordeeld.

Omdat er geen drugs in het spel lijken te zijn en het beleid over publiek toegankelijke ruimtes gaat, is sluiting volgens de rechtbank niet rechtmatig.

De eigenaar van het schoonmaakbedrijf stapte naar de rechter. Hij vond de sluiting voor onbepaalde tijd disproportioneel en onvoldoende gemotiveerd.

De eigenaar zegt dat het huren van een andere ruimte, wat hij sinds september 2018 doet, hem tot nu toe 25.000 euro heeft gekost. Dat geld moet de gemeente van de rechtbank aan hem als schadevergoeding betalen. Ook draait de gemeente op voor de proceskosten, ongeveer 2.000 euro.

Beschietingen en handgranaat bij pand

Op 14 augustus 2018 werd vanaf de openbare weg met vermoedelijk een AK-47 enkele tientallen keren op het bedrijfspand geschoten.

De politie heeft daarna aan de achterkant van het bedrijfspand, ook aan de openbare weg, een op scherp staande handgranaat aangetroffen. Daarnaast werd er op een ander pand in hetzelfde blok twee dagen eerder ook geschoten.

De burgemeester besloot het pand van het schoonmaakbedrijf te sluiten. Volgens haar had het incident "een grote impact op de openbare orde en het veiligheidsgevoel". Er zou een risico op herhaling zijn, mede omdat de eigenaar van het pand en bedrijf een bekende van de politie is.

De rechtbank vindt dat er een "redelijke verhouding" moet bestaan tussen het tegengaan van een nieuwe verstoring van de openbare orde en het belang van de eigenaar. Een sluiting mag daarom niet langer dan strikt noodzakelijk duren.

Een sluiting voor een kortere duur, bijvoorbeeld één maand, vindt de rechtbank redelijker.