Buitengewoon Opsporingsambtenaren (BOA's) worden vanaf vandaag niet meer tot diep in de nacht ingezet. Dat heeft burgemeester Halsema samen met de politie en het Openbaar Ministerie besloten.

De maatregel moet ervoor zorgen dat handhavers veiliger kunnen werken. De nachtdiensten van de BOA's in de binnenstad verschuiven van 23.30 tot 5.30 uur naar 20.00 tot 2.00 uur. Verwacht wordt dat met de nieuwe tijden ook beter kan worden gehandhaafd op 'leefbaarheidsopgaves', zoals het alcoholverbod, rondleidingen, overlast op het water en grote groepen mensen. Deze leefbaarheidsopgaves pieken van ongeveer 19.00 uur tot aan het begin van de nacht rond 2.00 uur.

"Door deze wijziging wordt de inzet van Handhaving Openbare Ruimte in dit tijdsbestek steviger en kunnen de handhavers, anders dan in de late nacht, relatief veilig hun werk doen, in goede samenwerking met politie", aldus de burgemeester. "Na 2.00 uur zijn veel bezoekers in de binnenstad onder invloed en is het risico op escalatie bij interventies groot, wat leidt tot onveilige situaties of een terughoudend en daarmee ineffectief optreden."

De handhaving op sluitingstijden en geluidsoverlast van horeca en handhaving op taxi-overlast blijft, net als de inzet van de politie, wel na 2.00 uur doorgaan.

BOA-bonden willen uiteindelijk structurele maatregelen

De BOA-bonden juichen de maatregel toe. Zij zijn van mening dat zolang handhavers niet zijn uitgerust met verdedigingsmiddelen, de politie de openbare orde moet handhaven. "Uiteindelijk moeten er structurele maatregelen worden genomen."

Na diverse acties vanuit de BOA's vroeg burgemeester Halsema in juni toestemming aan de minister om de handhavers uit te rusten met pepperspray. De bonden zijn nog altijd van mening dat ook een wapenstok in hun arsenaal moet thuishoren.