Dick Schoof, de directeur van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), erkent in een vraaggesprek met de Volkskrant dat zijn organisatie de maatschappelijke impact van het ambtsbericht dat zijn dienst begin dit jaar over het islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam opstelde heeft onderschat.

"We moeten constateren dat we de maatschappelijke dynamiek niet voldoende hebben beheerst, gecontaind. Dat we niet voldoende gehoor hebben gegeven aan de gevoelens in de moslimgemeenschap", zegt Schoof.

Woensdag werd bekend dat de informatieverstrekking over het Cornelius Haga Lyceum aan overheidsinstanties door de AIVD onder de loep wordt genomen. De Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) heeft een kort onderzoek daarnaar aangekondigd.

Het Amsterdamse Haga Lyceum raakte in opspraak na berichten van de AIVD. Volgens die veiligheidsdienst lopen op de school mensen rond die de helft van het leerplan aan de salafistische geloofsleer willen wijden. De middelbare school verzet zich tegen die conclusies.

'AIVD heeft niet aangedrongen op openbaarmaking'

Schoof zegt dat de AIVD niet heeft aangedrongen op openbaarmaking van het ambtsbericht. "Nee. Wij zijn er niet bij gebaat dat vertrouwelijke mededelingen openbaar gemaakt worden. Maar de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV) en de gemeente mochten ze openbaren."

"In de politiek-bestuurlijke constellatie die ontstond, snap ik dat de partners daarvoor gekozen hebben. Maar ik had liever gehad dat we in rust ons werk hadden kunnen blijven doen. Ons doel was niet om een discussie over deze school te ontlokken."