Tijdens de raadsvergadering van de gemeente Amsterdam is woensdagavond opnieuw gedebatteerd over de omstreden ontslagvergoeding van oud-gemeentesecretaris Arjan van Gils. De gemeenteraad en het college deden een moreel appel op Van Gils om de omstreden vergoeding van 75.000 euro terug te geven.

Een groot deel van de gemeenteraad vroeg deze week een debat aan over de ontslagvergoeding die Van Gils kreeg. Het debat van woensdag ging voornamelijk over de vraag of Van Gils vorig jaar minder heeft gewerkt dan vooraf was afgesproken.

Volgens verantwoordelijk wethouder Touria Meliani is niet na te gaan of Van Gils daadwerkelijk heeft gewerkt in de periode waarvoor hij betaald is.

Het geldbedrag is volgens Meliani niet via de juridische weg terug te vorderen. De gemeenteraad en het college deden daarom woensdag een moreel appel op Van Gils om de 75.000 euro terug te geven.

Motie ingediend door oppositie

De oppositie neemt het Meliani kwalijk dat ze verkeerde informatie over de kwestie zou hebben verstrekt. Meliani gaf woensdag tijdens het debat meerdere keren toe dat haar formulering in de kwestie "scherper had gekund".

Ondanks haar excuses werd ze geconfronteerd met een motie die werd ingediend door de hele oppositie. De oppositie vroeg in overweging te nemen om de portefeuille Personeelszaken bij Meliani weg te halen en aan Udo Kock te geven. De coalitie ondersteunde de motie echter niet.

Ook oppositie Rotterdam deed moreel appel

Van Gils is sinds maart dit jaar wethouder in Rotterdam. Eerder deze maand vroeg ook de volledige oppositie van de Rotterdamse gemeenteraad aan Van Gils om zijn ontslagvergoeding terug te geven. De partijen vinden dat het een wethouder in Rotterdam niet past om zo'n groot bedrag te accepteren.

Van Gils begon in 2012 als gemeentesecretaris in Amsterdam. Hij kreeg toen een vast contract en er werd afgesproken dat hij de functie vijf jaar lang zou vervullen. Die functie werd later nog met een jaar verlengd vanwege de ziekte van toenmalig burgemeester Eberhard van der Laan.

Omdat Van Gils een vast contract had en er geen zicht was op een andere functie bij de gemeente, kreeg hij uiteindelijk een ontslagvergoeding.

Hij stopte op 1 juli 2018 als gemeentesecretaris, maar werd pas op 1 januari 2019 eervol ontslagen. In de tussentijd zou de topambtenaar ingezet zijn voor "meerdere werkzaamheden in de sfeer van advies en bijstand voor de gemeente Amsterdam", maar daar had de gemeente de uren niet van bijgehouden.

Als dat wel was gedaan en hij had minder dan de afgesproken tijd gewerkt, dan was de ontslagvergoeding lager uitgevallen.