Het Openbaar Ministerie (OM) heeft donderdag 180 dagen jeugddetentie geëist tegen de achttienjarige Mitchell O., die wordt verdacht van het voorbereiden van een schietpartij op een school. Volgens het OM wilde hij vooral "choqueren en stoer doen".

Het OM gelooft niet dat O. daadwerkelijk van plan is geweest een aanslag te plegen. Hij heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot bedreiging, aldus de officier van justitie.

De politie kreeg in mei voor het eerst een tip van de Amerikaanse FBI over verontrustende berichten van O. op YouTube. Daarin zei hij dat hij bezig was met het voorbereiden van een schietpartij op een school. De politie zocht O. twee keer thuis op om hem te waarschuwen en te manen te stoppen met het publiceren van dergelijke teksten.

In december tipte de FBI de Nederlandse politie opnieuw over O. Toen besloot zij in te grijpen en hem vast te zetten. De aanhouding werd pas twee weken geleden bekendgemaakt in verband met de leeftijd en persoonlijke omstandigheden van de man.

Het OM zette op de aanklacht hoog in: O. werd verdacht van het voorbereiden van moord en doodslag, dan wel van een terroristisch misdrijf. Voor het OM is inmiddels vast komen te staan dat daarvan geen sprake is geweest.

De poging tot bedreiging is niettemin "zeer ernstig", benadrukte de officier, ook omdat O. er flink wat onrust mee heeft veroorzaakt. "Foute grapjes kun je maken met vrienden, niet op internet." Het OM vindt dat O. stevige begeleiding nodig heeft om zijn leven een positieve draai te geven.

Zaak werd eerder donderdag stilgelegd door afwezigheid verdachte

De zaak tegen de achttienjarige man uit Amsterdam werd donderdagochtend stilgelegd omdat hij niet aanwezig was op de zitting.

De officier van justitie en de rechter vonden zijn aanwezigheid van belang voor de rechtszaak. De verdachte werd daarom met een zogenoemd 'bevel van medebrenging' uit zijn cel in Sassenheim gehaald, waarna de zitting werd voortgezet.

Verdachten zijn niet verplicht om aanwezig te zijn bij de behandeling van hun zaak. Volgens de advocaat van de verdachte is hij geschrokken van alle media-aandacht en heeft hij er onder andere daarom voor gekozen om in eerste instantie niet aanwezig te zijn donderdag.

De rechtbank doet uitspraak op 28 maart.