Een groot deel van de horecaondernemers in Amsterdam maakt gebruik van 'onbekend' geleend geld, blijkt uit onderzoek. De gemeente spreekt van een 'zorgelijke constatering'.

Het onderzoek werd tussen november 2017 en april 2018 uitgevoerd door het Openbaar Ministerie (OM), de Inspectie SZW, de politie, gemeente en de Financial Intelligence Unit - Nederland (FIU).

Er werden onder meer 160 aanvragen voor een horecavergunning onderzocht die werden gedaan na overname door een nieuwe exploitant.

Uit het rapport blijkt dat er in de helft van die gevallen een onderhandse lening, een lening zonder tussenkomst van een bank, werd afgesloten. De herkomst van het geld werd niet altijd duidelijk.

Mogelijke aanwijzing op witwassen van geld

"Wanneer de herkomst van geïnvesteerd geld niet volstrekt duidelijk is, bestaat de kans dat crimineel of zwart geld wordt witgewassen", schrijft burgemeester Halsema in een brief aan de gemeenteraad.

"Dit terwijl we in Amsterdam 'fout' geld juist willen weren en uitsluitend zaken willen doen met integere partijen."

Het OM schat dat er ongeveer 150 personen betrokken waren bij het lenen van geld. Daarvan konden slechts 101 personen worden onderzocht, omdat van de overigen geen geboortedatum en geboorteplaats bekend was.

Van de onderzochte groep bleek 35 procent over een strafblad te beschikken. Dat aantal kan volgens het OM hoger liggen, bijvoorbeeld omdat misdrijven in het buitenland niet worden meegenomen.

Nieuwe afspraak rond verlenen horecavergunning

Inmiddels is afgesproken dat er bij 'onduidelijke financiering' geen horecavergunning wordt verleend.

"Vorig jaar heeft de rechter deze werkwijze goedgekeurd", stelt Halsema. "Wordt de herkomst van het geld niet transparant, dan wordt de aanvraag niet in behandeling genomen."

Halsema schrijft in de brief dat het hoge aantal onderhandse leningen mogelijk ook komt doordat banken niet altijd geld willen lenen aan horecaondernemers. Volgens de burgemeester is de rol van banken een 'punt van aandacht'.

De burgemeester vindt dat het rapport de noodzaak onderstreept om "blijvend aandacht te besteden aan de bestrijding van ondermijning en het creëren van een veilige en integere stad".