De gemeente Amsterdam legde prins Bernhard van Oranje en zijn zakenpartners in 2018 een dwangsom op, omdat zij de regels rond de verhuur van panden in Amsterdam hadden overtreden. Tweede Kamerlid Wybren van Haga kreeg ook een dwangsom opgelegd.

Dat schrijft Het Parool zaterdagochtend op basis van documenten die de krant heeft bemachtigd via een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

De prins en zijn partners werden ervan beschuldigd panden te verhuren aan grote groepen huurders, terwijl zij daar geen vergunning voor hadden. In november 2017 zei Bernhard van niets te weten en dat de regels van de gemeente niet omzeild werden.

Nadat in december 2017 meerdere brieven werden gestuurd om de vastgoedbeleggers te waarschuwen, besloot de gemeente uiteindelijk een dwangsom op te leggen. Eind mei kregen de beleggers alsnog een vergunning voor de verhuur van de panden.

Prins kreeg in 2017 al waarschuwing

Uit de documenten blijkt echter dat de prins op 19 juni 2017 al een waarschuwing van de gemeente kreeg, omdat hij een pand aan zes mensen verhuurde. De prins beweert dit niet te hebben geweten, omdat de verhuur en de afhandeling van de post zijn uitbesteed.

VVD-kamerlid Van Haga kreeg ook een dwangsom opgelegd vanwege de verhuur van een huis aan zes personen. Het Kamerlid bezit tientallen adressen in Amsterdam en Haarlem.

Met meer dan driehonderd adressen is Bernhard een van de grootste vastgoedbeleggers van Amsterdam. Zijn vastgoedbedrijf bezit ook het circuit van Zandvoort en kocht afgelopen week het Mediapark in Hilversum.