Amsterdam staat met 19.860 kinderen op plek twee van Nederlandse gemeenten met het hoogste aantal kinderen dat in de bijstand leeft. Dat aantal komt neer op 13,4 procent van de kinderen in 2017, waarmee het op een vierde plek staat. Tegelijkertijd is zowel het aantal als percentage Amsterdamse bijstandskinderen ten opzichte van 2016 gedaald.

Dat blijkt uit cijfers van de vrijdag gepubliceerde Jeugdmonitor van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In 2016 leefden nog 20.130 Groningse kinderen in de bijstand. Dat waren toen 13,5 procent van de kinderen. 

Daarmee heeft Amsterdam relatief iets meer bijstandskinderen dan Delfzijl (12,5 procent), maar minder dan Groningen (13,5 procent), Heerlen (14,9 procent) en lijstaanvoerder Rotterdam (16,7 procent).

In heel Nederland woonden er eind 2017 228.000 kinderen in een gezin dat rond moest komen van een bijstandsuitkering, wat neerkomt op zeven procent van de kinderen. Dat zijn er zo'n drieduizend minder dan in het jaar ervoor. Volgens het statistiekbureau daalde het aantal kinderen in bijstandsgezinnen daarmee voor het eerst sinds 2009.

Tussen dat jaar en 2016 nam het aantal bijstandskinderen flink toe met ruim 45.000 kinderen. Die toename was het gevolg van de economische crisis en de vluchtelingencrisis. 

Bijstandsgezinnen hebben 2,5 keer minder te besteden dan gemiddeld gezin

Gezinnen met kinderen die van een bijstandsuitkering moeten rondkomen, hadden in 2016 gemiddeld ruim 22.000 euro te besteden. Bij andere gezinnen met kinderen was dit bijna 55.000 euro.

Volgens het CBS geven bijstandsgezinnen vaak aan dat zij geen geld hebben om versleten meubels te vervangen. Ook kan het merendeel niet op vakantie. Daarnaast kan twee op de vijf bijstandsgezinnen niet regelmatig nieuwe kleren te kopen of activiteiten buiten de deur die geld kosten ondernemen.