Dit jaar zijn er in Amsterdam al 2.197 verschillende dier- en platensoorten waargenomen en de hoofdstad bezet daarmee de 24e plek van de 380 Nederlandse gemeenten. Dat blijkt uit cijfers van LocalFocus, dat zich baseert op gegevens van Waarneming.nl. 

Daarmee staat Amsterdam net onder Krimpenerwaard (2238 soorten), maar boven De Wolden (2179). Wassenaar voert de lijst aan met 4890 soorten. Bedum staat onderaan de lijst met 199.

De meerkoet (1219 waarnemingen), slechtvalk (1067) en kleine mantelmeeuw (973) worden het meest gezien in Amsterdam. De haarloze dolkworm is het meest zeldzaam en is dit jaar slechts één keer gespot.

De cijfers zijn gebaseerd op meldingen op Waarneming.nl. Het aantal meldingen is afhankelijk van het aantal mensen dat dier- en plantsoorten doorgeeft op de site. 

Volgens de gemeente is de stadsrand het gebied met de meeste biodiversiteit. De biodiversiteit van de groene gebieden in de stad wordt bepaald door de grootte en hoe dicht ze bij de stadsrand liggen.

Weide- en akkergebieden zoals Waterland, Amstelland en de Diemerscheg hebben relatief weinig soortenaantallen. Gecombineerde gebieden zoals beboste weide springen er daarentegen gunstig uit en huisvesten meerdere "soortenpakketten".

Vermindering landelijke biodiversiteit lijkt gestopt

Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is "het verlies aan oppervlakte en kwaliteit van oorspronkelijke natuur aanzienlijk groter geweest dan gemiddeld in Europa of de wereld". De laatste decennia lijkt het verlies aan biodiversiteit in Nederland echter te zijn gestopt.

Daarnaast spraken het Rijk en de provincies in 2013 af om de natuur een impuls te geven, onder andere door de verschillende dier- en plantensoorten te beschermen. Ook wordt er de komende tien jaar 800 vierkante kilometer aan land vrijgemaakt en omgevormd voor natuurterrein. Dat is qua oppervlakte vergelijkbaar met twee keer Texel.