Het Openbaar Ministerie (OM) gaat in hoger beroep tegen de uitspraak in de zaak rond het overlijden van de 32-jarige Robert Gerritsen. Hij kwam op 3 september 2016 om het leven na een vechtpartij op de Wallen.

De 22-jarige Roemeen Mirci M. gaf het slachtoffer de fatale klap, tijdens een gevecht wat plaatsvond tussen zes Nederlanders en drie Roemenen. M. handelde echter uit nood, oordeelde de rechter, omdat hij zag "dat het geweld tegen een van zijn vrienden maar doorging tijdens het gevecht". 

Gerritsen stierf een dag later aan hersenletsel, veroorzaakt door het geweld. M. zei eerder tijdens de zitting dat de dood van Gerritsen nooit zijn bedoeling was. Hij belandde tijdens het gevecht in de gracht, klom er weer uit en diende daarna de fatale klap toe.

Het OM vindt niet dat er sprake is van noodweer en eist in een hoger beroep opnieuw een gevangenisstraf van drie jaar voor de 22-jarige Roemeen. 

Ook hoger beroep tegen straf andere Roemeense verdachte

Een van de Roemenen kreeg uiteindelijk een celstraf van 70 dagen (waarvan 46 voorwaardelijk) opgelegd. Het OM gaat eveneens tegen deze uitspraak in beroep en eist dat de verdachte zes maanden in de gevangenis doorbrengt.

De derde Roemeense verdachte werd vrijgesproken, omdat het niet duidelijk was wat voor aandeel hij had in de vechtpartij. "Het oordeel stond gelijk aan onze eis. Daar gaan wij dus niet tegenin", aldus de woordvoerder van het OM.

Vier van de vijf vrienden van Gerritsen zijn ook veroordeeld voor hun aandeel in de vechtpartij. Zij kregen elk een geheel voorwaardelijke straf van vier maanden en taakstraffen tot 200 uur.