Het Stedelijk Museum in Amsterdam opent zaterdag een expositie over de tijd dat de stad het strijdtoneel van de provobeweging was. Magisch Centrum Amsterdam zal tot 6 januari te zien zijn en dankt zijn naam aan een uitspraak van provokunstenaar Robert Jasper Grootveld uit de jaren zestig.

"Amsterdam was echt een laboratorium, een plek waar werd geëxperimenteerd, waar heel veel mogelijk was", zegt conservator Leontine Coelewij. "Misschien nog wel meer dan in andere Europese steden."

Samen met het Rijksmuseum onderzocht ze voor de tentoonstelling Amsterdam Magisch Centrum de kunst en de tegencultuur in de periode tussen 1967 en 1970.

De expositie, die zaterdag opent en tot en met 6 januari te zien is, is volgens Coelewij niet alleen een nostalgische terugblik, maar heeft ook een link met de actualiteit. "Zo zie je thema's die nu nog altijd spelen, zoals een actie van de vrouwenbeweging voor meer plekken om in het openbaar als vrouw te kunnen plassen."

Foto's van Ed van der Elsken tonen dat protest van Dolle Mina op de Dam in 1970. De tentoonstelling laat ook de opkomst van de kraakbeweging zien. "Die woningnood speelt nu nog steeds", zegt de conservator.

Terugblikken

Het Stedelijk blikt in de expositie terug op historische happenings en kunstwerken, zoals de Sunny Implo van Louis van Gasteren en Fred Wessels. Deze bol zou een rustgevend, psychotherapeutisch effect hebben als je je hoofd erin stak en moest op elke straathoek komen te staan.

Het werk kwam echter niet verder dan de entreehal van het Stedelijk in 1970. Verder is er een zaal aan de seksuele revolutie gewijd en komt de opening van poptempel Paradiso voorbij, evenals de beroemde 'Bed-In For Peace' van John Lennon en Yoko Ono in het Amsterdamse Hilton in 1969.

Niet alleen de tegenbeweging in Amsterdam is op de expositie te zien. Zo zijn er ook affiches van de studentenopstand in Parijs in 1968 en posters uit het communistische Cuba, dat door velen als een voorbeeld werd gezien.