De zeemijn in het Amsterdamse IJ is weer getraceerd. Met een mobiele sonarset heeft de Explosieven Opruimingsdienst Defensie hem gevonden. 

Bij baggerwerkzaamheden werd woensdag ter hoogte van het Java-eiland een zeemijn gevonden. Donderdag werd er opnieuw gezocht naar de mijn, omdat hij woensdag weer op de bodem werd teruggelegd.

Nadat baggeraars de mijn hadden opgedregd en foto's hadden gemaakt, werd hij volgens de procedure weer teruggelegd. Vervolgens probeerde een duikteam van de EOD hem op te sporen, maar dat lukte niet. Vermoedelijk kwam dat volgens een zegsman van Defensie door het slechte zicht onder water.

Aanvankelijk zou daarop een speciale duikboot van de Koninklijke Marine worden ingezet, maar bij nader inzien werd toch besloten met een sonarset te zoeken. Dat leverde resultaat op.

Onschadelijk maken

In overleg met de gemeente wordt bekeken hoe de mijn onschadelijk kan worden gemaakt. "Het is een flinke jongen, dus er moet met het oog op de veiligheid worden onderzocht wat de beste optie is'', aldus de woordvoerder. Volgens hem vormt de mijn op dit moment geen gevaar voor de scheepvaart op het IJ.

Wanneer de zeemijn onschadelijk wordt gemaakt, is nog niet duidelijk. Volgens de politie gaat dat in ieder geval donderdag niet meer gebeuren. De mijn ligt nog steeds op dezelfde plek waar hij gevonden is, 270 meter van de kade in het water.

Zeemijnen zijn in tegenstelling tot oude vliegtuigbommen een zeldzaamheid in de Amsterdamse haven. Dit type explosief had in binnenwateren immers weinig strategische waarde, legt expert Huibert van Driel uit. Het lijkt hem daarom onwaarschijnlijk dat de zeemijn daar bewust is geplaatst. Mogelijk is de bom onbewust meegesleept, maar het kan volgens hem ook om een defect exemplaar gaan dat in het water werd gedumpt.