Veel Amsterdamse rederijen spreken toeristen op de kade met de vraag of ze een rondvaart willen maken, ook al is dit tegen de regels. 

Zo ook de rederij van Richard Jonkman.

"Wij hebben in januari een dwangsom gekregen van de gemeente Amsterdam, dat wij niet mochten liggen bij de Oude Kerk. Wat een goede A-locatie zou kunnen zijn want er lopen veel mensen", vertelt Jonkman. "Dus daar moesten we weg en we mochten niet proppen."

Minder klanten

Veel van de steigers bij A-locaties als het Centraal Station en het Anne Frankhuis zijn bezet door grote rederijen. De boten van Jonkman liggen daarom nu bij de Oudezijds Voorburgwal en gepropt wordt er niet meer. Volgens de reder heeft hij nog maar 10 procent van zijn klandizie overgehouden. "Dat is schrikbarend en dat heeft een enorme impact op onze bedrijfsvoering."

Volgens verantwoordelijk wethouder Udo Kock Gaan de proppers dwingend te werk en geeft het overlast voor omwonenden. Maar Verenigde Rederijen Amsterdam (VRA), de organisatie die de belangen behartigt van kleinere rederijen, vindt dat beeld overdreven.

"Zolang ze ze niet lastig vallen, aanklampen of wat dan ook, is het een soort uithangbord", zegt Frans Heijn van VRA. "Maar wat er moet gebeuren is dat er voldoende afvaartlocaties voor rederijen zijn."

Heijn zegt dat de gemeente al drie jaar lang belooft dat er meer op- en afstapplekken komen in de stad, maar dat er tot nu toe weinig gebeurt. De gemeente zegt op dit moment met de reders te spreken over nieuwe opstapplekken.