Het aantal kinderen dat in Amsterdam opgroeit in de bijstand is voor het tweede jaar op rij gedaald. In 2016 woonden 20.140 kinderen in een bijstandsgezin: 13,5 procent van alle kinderen in de stad. In 2015 was dat 13,8 procent en in 2014 nog 14,4 procent.

Dat blijkt uit cijfers die het Centraal Burea voor de Statistiek (CBS) vrijdag bekend heeft gemaakt.

De dalingen van 2016 en 2015 zijn niet zomaar wat uitschieters, zegt hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het CBS. "Je ziet dat het economisch beter gaat en dat mensen uit de bijstand komen en een baan krijgen."

Amsterdam gaat met de daling tegen de landelijk trend in. In 2016 woonden in Amsterdam 440 kinderen minder in bijstandsgezinnen dan in 2015. Landelijk gezien stijgt het aantal kinderen in de bijstand al enkele jaren, tot 230.000 kinderen in 2016.

Statushouders

De cijfers van het CBS laten zien dat vooral kinderen uit Syrië en Eritrea in bijstandsgezinnen wonen. De stijging van het aantal kinderen in bijstandsgezinnen komt vooral door de groei van die groep.

De daling in Amsterdam heeft niet alleen met economische voorspoed te maken, zegt hoofdeconoom Van Mulligen, maar ook met het feit dat in de stad in verhouding weinig statushouders (vluchtelingen met een verblijfsstatus) uit Syrië en Eritrea wonen. "Die wonen vooral in middelgrote steden en niet in de grote steden in de Randstad. Ook in Rotterdam is het aantal bijstandskinderen gedaald."

Hoog percentage

Ondanks de dalingen heeft Amsterdam, samen met Rotterdam, Heerlen en Groningen, wel een hoog percentage kinderen in de bijstand. Rotterdam staat op plek één: daar woonde vorig jaar 17 procent van alle kinderen in een gezin dat afhankelijk is van een bijstandsuitkering.

Uit de cijfers van CBS blijkt dat de helft van deze kinderen vaak drie jaar of langer afhankelijk zijn van bijstand. Ook dat percentage is gegroeid.