Bij het deradicaliseringsmeldpunt van stichting Assaadaka uit Amsterdam-Oost zijn sinds de terreuraanslagen in Parijs twee keer zoveel meldingen binnengekomen als normaal.

"Het gaat meestal om naasten", zegt voorzitter van de stichting Ahmed El Mesri over de tientallen meldingen van radicalisering. "Mensen merken dan bijvoorbeeld dat hun kind aan het veranderen is."

"Ze meten zich een ander uiterlijk aan, gaan vaker naar de moskee, of krijgen nieuwe vrienden'. Na een telefoontje gaan sociale werkers in gesprek met de melder en met de persoon die mogelijk aan het radicaliseren is."

Meestal is het voldoende om de zorgen weg te nemen, maar er kan ook daadwerkelijk iets aan de hand zijn, zegt de voorzitter van de stichting. "Als blijkt dat iemand echt een gevaar is voor de samenleving, dan trekken we aan de bel. daar bestaat geen discussie over".

Naast telefoontjes over radicalisering, komen er bij het meldpunt ook veel belletjes binnen van moslims die zich gediscrimineerd voelen na de aanslagen in Parijs. Zij worden uitgescholden of bespuugd.

Bekijk een reportage over het deradicaliseringsmeldpunt: