Kunstjager Arthur Brand van het Amsterdamse kunstonderzoeksbureau Artiaz heeft opnieuw een partij roofkunst gevonden. Dit keer gaat het om verduisterde kunstschatten uit Midden- en Zuid-Amerika.

Eerder hielp het bureau met het terugvinden van roofkunst van Hitler. Dit keer is Arthur Brand een belangrijke getuige tegen een beruchte kunstsmokkelaar Leonardo Patterson uit Costa Rica. De Duitse en Mexicaanse staat hebben een rechtszaak aangespannen tegen de 73-jarige crimineel. Het is de eerste rechtszaken in een reeks van meerdere zaken die zijn aangespannen door een tiental Latijns-Amerikaanse landen, schrijft De Telegraaf.

"Het gaat om onder meer gouden en zilveren sieraden, wapenuitrustingen, offerbekers voor menselijk bloed, hoofdtooien en prachtige maskers uit het Peruaanse Sipan", zegt Brand in de krant. De kunstwerken zijn zo'n 250 jaar oud en werden door de indiaanse Moches voor overleden koningen gemaakt. De kunstwerken zijn in 1986 geplunderd uit een indiaanse grafpiramide. 

Onopgeloste moorden

In de rechtszaken komen ook een aantal onopgeloste moorden aan bod. "Vrijwel iedereen die de stukken in handen kreeg, is later om het leven gebracht", zegt Brand. "Zeker een kunstrover werd met doorgesneden keel teruggevonden." Lange tijd waren de kunststukken vervolgens spoorloos, totdat Arthur Brand ontdekte dat Leonardo Patterson, die in Duitsland woont, zich over de schatten ontfermde. Toen Patterson een gouden hoofdtooi wilde verkopen aan Brand, liep de kunsthandelaar tegen de lamp.