De nabestaanden van de 22-jarige Brit Joel Mcdevitt, die in oktober slachtoffer werd van de coke-killer, zijn kwaad op de Amsterdamse politie. De toerist uit het Engelse Burnley overleed nadat hij heroïne gebruikte die hem als cocaïne werd verkocht.

De nabestaanden vinden dat er niet goed is gehandeld en dat de dood van Joel voorkomen had kunnen worden. Hij was de eerste van in totaal drie dodelijke slachtoffers van de zogenaamde 'coke-killer'. 

Zijn vriend kreeg een hartaanval door de vervuilde drugs maar overleefde het op een haar na. Hij, een vriend, en de moeder van Joel vertellen in een reportage van Misdaad BV op AT5 over hun verdriet. "Je verwacht nog steeds dat hij zo binnenkomt lopen. Het is eenzaam zonder hem", vertelt zijn moeder. 

Woede

Naast hun verdriet, is er ook veel woede. Volgens de nabestaanden had de politie Joel nooit naar een politiebureau moeten brengen, waar Joel uiteindelijk overleed, maar naar het ziekenhuis. Daarnaast zijn ze kwaad omdat niemand uit Amsterdam ooit nog contact met hen heeft gezocht.

"Het ergste is dat we er nooit achter zullen komen wat er precies is gebeurd. We blijven met heel veel vragen achter. Je kunt in Amsterdam gaan feesten en drugs gebruiken, maar als je dood gaat, moet je zelf maar de consequentie daarvan ondervinden. Het lijkt wel alsof het Amsterdam niks kan schelen", stellen de nabestaanden.

De Rijksrecherche heeft het incident onderzocht, daaruit is gebleken dat de politie geen fouten heeft gemaakt.