Woningbouwvereniging Het Oosten heeft in 2007 zeker 125.000 euro betaald om een bezwaar tegen de bouw van de Westermoskee af te kopen.

Dat schrijft Trouw maandag.

Een deel van het geld is gegaan naar een medewerker van het Turkse consulaat in Rotterdam en een deel is kwijt. De bezwaarmaker stelt zelf nooit meer dan 20.000 euro te hebben ontvangen.

Dat het bezwaar werd ingetrokken was een overwinning voor de woningbouwvereniging dat het bezwaar van tafel wilde hebben. Dat schrijft journalist Kemal Rijken in zijn boek De Westermoskee en de geschiedenis van de Nederlandse godsdienstvrijheid, dat maandag verscheen.

Onderwereld

Rijken kreeg het dossier van het Openbaar Ministerie (OM) in handen. In 2008 deed de bezwaarmaker aangifte van afpersing en bedreiging, waarna het OM aan een onderzoek begon. De Turkse Nederlander was verschillende malen lastiggevallen en bedreigd door Turkse onderwereldfiguren.

De man was tegen de komst van de Westermoskee omwille van mogelijke archeologische vondsten. Door het intrekken van het bezwaarschrift in begin 2008 kon de bouw alsnog doorgaan. Een overwinning voor Het Oosten, maar een tegenvaller voor het toenmalige moskeebestuur.

"Het bestuur had de grond verkocht aan de gemeente Amsterdam voor 6,13 miljoen euro, maar was er na een hertaxatie van overtuigd dat het terrein 11 miljoen euro waard zou zijn", stelt Rijken. De gronddeal had één uitzonderingsregel. Indien er niet vóór 31 december 2009 werd gebouwd, zou het moskeebestuur de grond terugkrijgen. Daarna kon het terrein voor een hoger bedrag opnieuw worden verkocht, zo dacht toenmalig moskeevoorzitter Fatih Üçler Dağ.