Ruim driekwart van de nestkastjes die in Scherpenzeel zijn opgehangen om met gevleugelde 'jeukrupsbestrijders' de eikenprocessierups te bestrijden, zijn daadwerkelijk door de vogels in gebruik genomen.

Dat blijkt uit een eerste inventarisatie door Werkgroep Nestkasten Scherpenzeel, die onlangs 115 vogelhokjes hebben gecontroleerd op de aanwezigheid van nesten. Vrijwilligers hebben de nestkastjes schoongemaakt, zodat ze volgend voorjaar weer gebruikt kunnen worden door nieuwe mezen.

De bezettingsgraad van de nestkastjes in Scherpenzeel was hoog, constateerde de werkgroep. "In totaal 81 procent van de nesten was in gebruik genomen, 77 procent door pimpelmezen en koolmezen en 4 procent door andere vogels. Zo werden er vier uitgekomen nesten van de boomklever aangetroffen", vertelt een woordvoerder van de werkgroep.

De nestkasten, die door de werkgroep worden opgehangen en onderhouden, zijn door de gemeente betaald. Daarnaast is Scherpenzeel gedeeltelijk gestopt met het op niet-natuurlijke wijze bestrijden van de rups in het dorp, zoals aan de Lambalgerkeerkade, het Witte Hek en Polsche Steeg. Bij deze locaties heeft de gemeente ook informatiepanelen geplaatst over het nestkastjesproject.

De werkgroep wil volgend jaar in totaal 200 nestkasten inzetten om de eikenprocessierups met mezen te bestrijden.