Demissionair premier Mark Rutte en de 97-jarige oud-gevangene Arie van Houwelingen nemen maandagmiddag het nieuwe ondergrondse museum van Kamp Amersfoort in gebruik.

Om 14.15 uur begint de virtuele herdenking, gewijd aan de overdracht van het Kamp Amersfoort aan het Rode Kruis in 1945.

Tijdens het programma wordt live overgeschakeld voor de ingebruikname van het nieuwe ondergrondse museum door Rutte en Van Houwelingen. De premier zal ook een speech houden.

Het heringerichte terrein en het nieuwe ondergrondse museum van 1.100 vierkante meter bevat onder meer een permanente tentoonstelling, de wisseltentoonstelling Voor het vuurpeloton en een bezinningsruimte.

In het museum wordt het verhaal van Kamp Amersfoort onder meer verteld aan de hand van tien biografieën, een fotowand met gevangenen en objecten. Met de vernieuwing wil Kamp Amersfoort op een moderne, interactieve manier vormgeven, met bijvoorbeeld virtual reality.

In Kamp Amersfoort hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog 47.000 mensen gevangen gezeten. Het betrof onder anderen verzetsstrijders, Joden, communisten, (vermeende) criminelen, Jehova's getuigen, Amerikaanse staatsburgers, Sovjet-krijgsgevangenen en mannen die als dwangarbeider in de Duitse oorlogsindustrie werden ingezet.

Er heerste een streng regime van honger, dwangarbeid en mishandeling. In totaal zijn 650 mannen omgekomen, van wie er 383 rond het kamp zijn geëxecuteerd.