Het college van de gemeente Alphen aan den Rijn heeft besloten niet mee te betalen aan de 333-meterbaan in Leiden. Alphen werd door de gemeente Leiden gevraagd om bijna 700.000 euro mee te betalen aan de schaatsbaan.

Gemeente Leiden neemt de kosten van de nieuwe ijshal met een 250-meterbaan op zich en heeft de regiogemeenten en de Stichting IJshal gevraagd om de financiering voor het surplus van de 333-meterbaan (3,2 miljoen) voor hun rekening te nemen.

Alphen aan den Rijn is gevraagd om voor een bedrag van 683.000 euro mee te betalen aan deze nieuw te bouwen schaatsvoorziening.

Een 333-meterbaan is de kleinst mogelijke baan voor officiële wedstrijden lange baan schaatsen. Vanwege het twintigtal 400-meterbanen in Nederland zullen wedstrijden minder snel op een 333-meterbaan plaatsvinden, verwacht de gemeente.

"In een straal van vijfitg kilometer liggen vier kunstijsbanen met een 400-meterbaan, namelijk in Utrecht, Den Haag, Haarlem en Amsterdam. De meerkosten van ruim drie miljoen wegen voor het college niet op tegen de relatief beperkte voordelen van mogelijk hogere bezoekersaantallen", stelt het college.

"Bovendien hebben alleen de georganiseerde schaatssporters (verenigingen) baat bij een 333-meterbaan. De recreatieve schaatser gaat het verschil nauwelijks merken."