DEN HAAG - Het kabinet zal naar verwachting eind maart of begin april zijn standpunt over de Europese Grondwet naar de Tweede Kamer sturen. Dan zal duidelijk zijn wat er in het gewenste alternatieve verdrag moet staan.

Dat heeft staatssecretaris Frans Timmermans voor Europese Zaken maandag gezegd.

Timmermans zei dit na een gesprek met zijn Franse collega Catharine Colonna op het ministerie van Buitenlandse Zaken. De Nederlandse en de Franse bevolking wezen de Europese Grondwet in 2005 van de hand.

Net als Timmermans, gaf Colonna aan dat niet alleen Frankrijk en Nederland, maar alle 27 lidstaten zullen moeten bewegen om een oplossing te vinden voor de impasse die daardoor is ontstaan.

Constructief

Zowel Nederland als Frankrijk is echter bereid constructief aan een oplossing te werken. Colonna gaf net als Timmermans aan dat er meer nodig is dan het nu geldende Verdrag van Nice om de besluitvorming van de Europese Unie soepeler, transparant en democratischer te laten verlopen.

Het Europees grondwettelijk verdrag moest daar een oplossing voor bieden, maar omvatte nog veel meer. In totaal hebben achttien landen die 'Grondwet' geratificeerd.

Afwachting

Zeven landen namen geen besluit toen was gebleken dat Nederland en Frankrijk het verdrag afkeurden. Sindsdien wordt zowel door voor- als tegenstanders naar Nederland en Frankrijk gekeken in afwachting van wat zij dan wel willen.

Maar volgens Timmermans heeft nog geen van zijn nieuwe collega's tegen hem gezegd: het is jouw probleem, los jij het maar op. "Het is een probleem voor alle 27 lidstaten, dat we gezamenlijk moeten oplossen."

Het is de bedoeling dat er onder het voorzitterschap van Duitsland afspraken worden gemaakt over een vervolgtraject.

Verkiezingen

Nederland komt binnenkort met een inhoudelijk standpunt. Voor de Fransen zal dat waarschijnlijk moeten wachten tot na de verkiezingen die daar in mei worden gehouden.

Als het aan Colonna ligt zal er in elk geval voor de Europese verkiezingen in 2009 een verdrag moeten liggen dat een oplossing biedt voor de besluitvorming en een aantal nieuwe uitdagingen zoals het Europese energiebeleid en de migratieproblematiek.