DEN HAAG - De PvdA onderzoekt of het advieswerk van Tweede Kamerlid Khadija Arib in Marokko in strijd is met haar werk voor de partij in de Kamer. Arib zit in een werkgroep die de Raad voor de Mensenrechten in Marokko adviseert over migratievraagstukken. De werkgroep is onafhankelijk, maar informeert koning Mohammed VI wel over de resultaten.

Arib verwacht dat ze haar werk, voor de commissie en de Kamer, gewoon kan blijven doen. "Ik zou het erg kwalijk vinden als de uitkomst van het onderzoek is dat ik dit werk niet meer kan doen.

De PvdA is er altijd voor geweest dat we ons inzetten voor democratiseringsprocessen in de wereld", aldus Arib maandag in het AD. Ze verwacht dat het fractiebestuur "niet zwicht voor de hetze die nu gaande is".

Wilders

Met dat laatste doelt Arib op het optreden van fractieleider Geert Wilders van de PVV vorige week. Bij het debat over de regeringsverklaring diende Wilders een motie van wantrouwen in tegen de PvdA-staatssecretarissen Nebahat Albayrak en Ahmed Aboutaleb, die naast hun Nederlands paspoort ook beschikken over de Turkse, respectievelijk Marokkaanse nationaliteit. Volgens Wilders kan het bezit van twee nationaliteiten leiden tot 'belangenverstrengeling'.

De PvdA ontkent dat het onderzoek naar het advieswerk van Arib iets te maken heeft met de actie van Wilders. Nevenfuncties van Kamerleden worden altijd tegen het licht gehouden.

Wilders wil donderdag in de Tweede Kamer opheldering van premier Jan Peter Balkenende en minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen. De regering zou de Marokkaanse ambassadeur in Nederland moeten ontbieden over de adviesfunctie van Arib.